De mudi is makkelijk opvoedbaar én tamelijk zelfstandig
MUDI FCI-Standard N° 238
fci groep 1 – herdershonden en veedrijvers
http://fci.be/Nomenclature/Standards/238g01-en.pdf
De mudi heeft hoog ingeplante, staande oren. In attente houding is de staart sikkelvormig achter en boven het lichaam gekruld, in rust hangend. Ook korte staarten komen van nature in het ras voor. De vacht is op het hoofd en aan de voorzijde van de benen glad. Op de rest van het lichaam is de vacht golvend, licht gekruld, dicht en 3 tot 7 centimeter lang. Toegestaan zijn de kleuren: zwart, grijs, blue-merle, bruin, wit en crème. Reuen bereiken een schofthoogte van 41-47 centimeter, teven van 38-44 centimeter. Het gewicht van reuen mag 11-13 kilogram, van teven 8-11 kilogram bedragen.
Aard
De mudi is makkelijk opvoedbaar én tamelijk zelfstandig. Hij heeft een levendig karakter en een aanzienlijke behoefte aan beweging. Het ras is als huishond geschikt voor sportieve bazen en wordt tegenwoordig ook met succes ingezet bij agility.